header
borderlinks01borderrechts01
midden
borderlinks02
Wetten
Voor bijna elk onderwerp in Nederland is een wet bedacht. De belangrijkste van al deze wetten is de Grondwet, die op 24 augustus 1815 werd samengesteld. De Grondwet bestaat uit verschillende onderdelen (artikelen), maar artikel 1 is de allerbelangrijkste afspraak: Allen die zich in Nederland bevinden, worden in gelijke gevallen gelijk behandeld. Discriminatie wegens godsdienst, levensovertuiging, politieke gezindheid, ras, geslacht of op welke grond dan ook, is niet toegestaan.
borderrechts02
footer
header_speelwet
borderleft01
Van een idee tot een wet


Er zijn in Nederland bijna 2.000 verschillende wetten
Heel veel wetten hebben te maken met onderwerpen voor kinderen en jongeren. Een paar voorbeelden: Kinderwet uit 1873 tegen kinderarbeid (Kinderwetje van Van Houten), Regels voor basisscholen staan in de Wet op het Primair Onderwijs, Speelgoedwet en de Frisdankenwet.

Buitenspeelwet
Agnes Kant (foto: Govert de Roos)Tweede-Kamerlid Agnes Kant (SP) heeft bedacht dat er een wet moet komen dat kinderen altijd voldoende buitenspeelruimte -zoals trapveldjes- hebben. Het idee is nog geen wet, want de Tweede Kamer is het nog niet helemaal eens met het kabinet. Maar hoe ziet een wet, bijvoorbeeld de Buitenspelwet (die in de maak is), er eigenlijk uit?
We hebben alle officiële papieren van de Tweede Kamer opgezocht. Je kunt ze nu zelf lezen via .pdf
Plus je krijgt een uitleg wat er allemaal moet gebeuren voordat een wet ontstaat.

Agnes Kant heeft op 29 juli 2003 een initiatiefwetsvoorstel (idee voor een wet) naar de Tweede Kamer gestuurd. Boven het wetsvoorstel stond: Voorstel van wet van het lid Kant behoudende regels met betrekking tot de bevordering van de aanleg en het behoud van buitenspeelruimte voor kinderen (Wet buitenspeelruimte).
Klik hier om het initiatiefwetsvoorstel te lezen.

Waarom moet er volgens Agnes Kant een buitenspeelwet komen?
In het initiatiefwetvoorstel staat eigenlijk maar een korte uitleg, daarom is er een memorie van toelichting (extra uitleg). Een Kamerlid doet hiervoor eerst heel veel onderzoek en praat bijvoorbeeld met deskundigen om te horen wat zij vinden van het idee voor een buitenspeelwet. Wat is het antwoord op vragen als: Zijn er in ander landen ook speciale buitenspeelwetten? Is het eigenlijk wel gezond dat kinderen veel buitenspelen? En hoeveel buitenspeelruimte heeft een kind nodig? Door zoveel mogelijk antwoord te geven op deze en andere vragen kan een Kamerlid andere Kamerleden, van andere partijen, overtuigen dat zijn of haar idee voor een wet een goed idee is. Want hoe meer Kamerleden (politieke partijen) voor zijn, hoe groter de kans is dat het idee uiteindelijk een wet zal worden. Een wet maken gaat niet zomaar...
Klik hier om de memorie van toelichting te lezen. Deel 1 en Deel 2


Raad van StateVoordat de Tweede Kamer praat en beslist over een wetsvoorstel kijkt de Raad van State (een club mensen die de Tweede Kamer advies geeft over verbeteringen in wetten) eerst naar het initiatiefwetsvoorstel. Is het een goed idee? Voor wie is de wet bedoeld? Wie moeten zich aan deze wet houden? En is er wel geld om meer speelplaatsen te bouwen? Dit zijn allemaal vragen waarop de Raad van State antwoord geeft. Je kunt het vergelijken dat de leraar jullie huiswerk nakijkt.
Klik hier om het advies van de Raad van State te lezen

Nadat de Raad van State haar advies heeft gegeven, praten de politieke partijen over het idee. Dit noem je het verslag. Om het werk goed te verdelen, heeft elk Kamerlid binnen de fractie een taak of portefeuille. Een Kamerlid kan niet alles weten over het verkeer én het onderwijs én immigratie. Bij de grotere partijen heeft elk Kamerlid een eigen specialisatie. Kamerleden die alles weten over 'buitenspelen' vergaderen in een commissie (de commissie voor Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer). Op 17 maart 2004, bijna een jaar later, werd een vergadering over de buitenspeelwet gehouden.
Klik hier om (een deel) uit het verslag te lezen.

Toen alle Kamerleden en politieke partijen antwoord hadden gegeven op vragen en opmerkingen hadden gemaakt over het idee voor een buitenspeelwet en de Raad van State ook alles had onderzocht, werd door de minister op 26 april 2006 een brief gestuurd naar alle burgemeesters in Nederland met de vraag of zij het ook eens waren met het idee voor een buitenspeelwet. De burgemeester, de baas van een gemeente, moet het natuurlijk wel eens zijn om meer speelplaatsen te bouwen.
Klik hier om de brief aan de burgemeesters te lezen.


Minister DekkerOp dezelfde dag schreef Minister Dekker, die over buitenspelen ging, een brief aan de Tweede Kamer dat ze het niet eens was dat er een echte speciale wet moest komen die zorgt voor meer buitenspeelruimte. Ze vond dat het kabinet daar niet over gaat, maar dat gemeenten zelf moeten zorgen voor voldoende speelruimte en speelplaatsen.
Klik hier om de brief van de minister te lezen

Minister Dekker is inmiddels afgetreden

We schreven al 'een wet maken gaat niet zomaar...'
Van 29 juli 2003 tot 26 april 2006 is er over vergaderd. De minister is tegen, maar een meerderheid van de politieke partijen in Tweede Kamer vindt het wel belangrijk dat er een wet komt.
Binnenkort wordt er in de Tweede Kamer weer vergaderd over het idee voor een Buitenspeelwet, maar het duurt misschien nog heel lang voordat er echt een wet is...

Vinden jullie eigenlijk dat er een buitenspeelwet moet komen? Stuur ons een e-mail of je voor of tegen bent
borderrechts01
footer
Compuserve

- Jullie vragen aan ministers
- Minister Ter Horst wil een museum over politiek
- Kinderraadsvergadering in Utrecht
naar de nieuwspagina...

Stel je vraag aan! Staatssecretaris Timmermans

Frans Timmermans, de staatssecretaris van Buitenlandse Zaken

mail je vraag naar redactie@politiek4kids.nl
footer_banner
CDA   GroenLinks   SP   PVDA   VVD   D66   Christenunie   SGP   Groep Wilders