U mag voor uw werk veel op reis. Is dat leuk? ‘Ja, dat is best leuk. Eigenlijk heb ik mijn hele leven al veel gereisd en het is nog steeds leuk’
Is er tijdens de reizen ook nog tijd om leuke dingen te doen? ‘Helaas niet, ik zou graag iets meer leuks willen doen als ik op reis ben. Vaak stap ik uit het vliegtuig de auto in en ga hierna meteen vergaderen. Maar soms proberen we een half uurtje pauze te nemen om even naar buiten te gaan en door de stad te lopen. Een tijdje geleden was ik in Praag en heb ik tussen twee vergaderingen even door die mooie stad gelopen.’
Gaat de racefiets dan ook mee? Ik las dat u graag fietst. ‘Vroeger ging de racefiets inderdaad wel eens mee op reis, maar tegenwoordig heb ik helaas niet zoveel tijd meer om tussendoor te fietsen. Toen ik nog in Brussel woonde heb ik ook veel gemountainbiked. Behalve dat het leuk is om te fietsen, is het ook nog eens gezond.’
Als u aan het fietsen bent, denkt u niet meer aan allerlei belangrijke vergaderingen en politieke onderwerpen, maar aan de weg en de mooie natuur? ‘Ja, dat klopt. Het is heerlijk om bijvoorbeeld te fietsen in de duinen en nergens aan te denken.’
Uw vader (Mr. Th. H. Bot) was minister van Onderwijs en de eerste minister van Ontwikkelingssamenwerking. Ik las dat er vroeger bij u thuis veel over politiek werd gesproken, was dat leuk? ‘Ja, bij ons thuis spraken we over allerlei onderwerpen, waaronder de banen van mijn vader. Het was erg interessant om te horen hoe hij bezig was met ontwikkelingssamenwerking (het helpen van arme landen).’
Las u vroeger ook veel kranten? ‘Wij hadden thuis twee kranten, op die manier las ik ook veel over andere landen. Toen ik negen jaar was zijn we verhuisd van Indonesië naar Nederland. Die reis ging helemaal per boot, dus ik kwam langs een heleboel landen: Egypte en Frankrijk. Ik vond het leuk om van alles te weten over deze landen, op de wereldkaart keek ik waar al deze landen lagen. Daar is het eigenlijk allemaal mee begonnen.’
Ik las dat u vroeger kapitein wilde worden. ‘Ja! Ik kwam met het schip De Oranje terug vanuit Indonesië. Op een dag was ik even weggelopen, mijn moeder was toen best ongerust. Ik zat in de machinekamer van het schip, een paar dagen later zat ik op de brug (de werkruimte) van de kapitein, toen wilde ik kapitein worden, dat vond ik nog mooier. En nu ben ik 'dé kapitein' van het ministerie van Buitenlandse Zaken.’
Vroeger was Duitsland verdeeld in Oost en West. U was toen (1973-1976) een soort ambassadeur in Oost-Berlijn. Ik las dat u toen werd afgeluisterd. Was dat spannend? ‘Eigenlijk werd ik altijd afgeluisterd. Iemand die ik kende wilde graag naar de West Duitse televisie kijken, maar dat mocht niet. Voor hem nam ik uit West Duitsland af en toe een televisiegids mee. En als ik belangrijks moet bespreken met iemand deden we dat buiten op straat. Ook dan moest je opletten, er zat soms een spion in de boom!’
Vond u het bijzonder dat de Muur op 9 november 1989 werd afgebroken? ‘Ja, dat was heel bijzonder. Maar ik dacht al dat dit zou gebeuren. Het is heel goed dat de muur verdwenen is.’
In uw paspoort staan natuurlijk allemaal stempels, maar wat is het leukste land waar u bent geweest? Of is dat een moeilijke vraag? ‘Dat is best moeilijk. Ik vind Indonesië heel bijzonder en spannend, dat komt ook omdat ik er geboren ben. China is ook heel spannend, net als Afghanistan en Bagdad. Ik ben met een helikopter heel laag over deze stad gevlogen, dat was héél spannend!’
In de krant stond een foto van u voor de Chinese Muur, die werd gemaakt door premier Balkenende. Leuk voor het plakboek. ‘Dat was heel leuk, de ambassadeur zei tegen ons dat we iets verder moesten lopen naar een plek waar niet altijd de toeristen staan. Daar was de muur nog in originele staat, we moesten door een paar struiken naar boven klimmen om er te komen. Onze gastheren vonden dat niet zo leuk, zij hadden liever gehad dat we naar het toeristische deel waren gegaan.’
Jozias van Aartsen, de baas van de VVD zegt in een interview op Politiek4Kids dat hij, toen hij minister van Buitenlandse Zaken was, in het buitenland kranten kocht. Doet u dat ook? ‘Soms wel, maar net als hij kan ik ook geen Chinees of Japans lezen. Ik kan wel de plaatjes kijken en dat ik wel leuk. Je leert dan toch iets van een land.’ ‘Het is daarom ook heel belangrijk dat kinderen via internet veel lezen en leren over andere landen. Op vakantie zie je eigenlijk alleen maar het strand en een klein stukje van een land, voordat je ernaar toe gaat is het juist leuk om alvast veel te ontdekken. Praat ook eens gewoon met de mensen of leeftijdsgenootjes. Wat vinden zij leuk en bijvoorbeeld lekker om te eten.’
Net als toen u en de premier naar een ander deel van de Chinese muur gingen kijken? ‘Ja’
Nederland is eigenlijk een klein land, als je kijkt naar hoe klein ons land is? Luisteren andere landen wel naar ons? ‘Ik vind Nederland best wel een groot land, andere landen luisteren best heel goed naar ons. Er zijn niet zoveel landen met 16 miljoen inwoners die ook zo rijk zijn als Nederland of die zulke grote havens hebben. Wij zijn een handelsland, verdienen onze boterham in het buitenland. Nederland was vaak de eerste, denk maar eens aan de VOC, het stichten van New York en als één van de bedenkers van Europa. En het leuke is dat je overal ter wereld Nederlanders tegenkomt. Ik stond een keertje, in Paraguay, midden in het bos en dacht komt hier ook een bus om terug te gaan naar de hoofdstad? Er kwamen opeens twee Nederlandse mensen op mij aflopen en vertelden dat zij een bus hadden.’
Nederland is dus heel belangrijk?‘Ja, we doen ook heel veel goede dingen. We helpen als er waterproblemen zijn, zoals in New Orleans, geven veel ontwikkelingsgeld en helpen daarmee arme landen.’ ‘Omdat we overal meehelpen en meedenken, zoals in de VN en de Europese Unie, luisteren andere landen goed naar ons. Nederland weet veel over problemen in andere landen en zegt: Steek je handen eens uit je mouwen!’
Vinden uw collega ministers van Buitenlandse Zaken u aardig? ‘Ik heb het ze nooit gevraagd, maar ik heb wel heel goed contact met Condoleeza Rice, de Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken. Ik ben een tijdje geleden uitgenodigd om een keer een bezoek te brengen aan haar geboorteplaats. Verder heb ik heel goed contact met de Russische en Chinese ministers. Met de laatste heb ik een tijdje geleden lekker rijst gegeten.’
Hoe bijzonder is het om belangrijke mensen te ontmoeten, zoals bijvoorbeeld het ontbijt bij President Bush? Bent u dan zenuwachtig? ‘Ik mag wel iets sneller naar binnen maar moet, net als iedereen, ook mijn tas openen en onze auto wordt goed nagekeken op rare dingen. Het is heel leuk en speciaal om te ontbijten bij President Bush. De president maakt een paar grapjes, hierna voelt iedereen zich op zijn gemak. Ik ben eigenlijk nooit zenuwachtig, alleen een beetje van te voren wanneer ik het bezoek aan het voorbereiden ben, bijvoorbeeld over wat ik moet zeggen.’
Als ze nou niet goed naar u luisteren? 
‘Weet je wat dan helpt? Ik maak dan een grapje of vertel een leuk verhaal. Bijvoorbeeld een verhaal over wielrennen, over Lance Armstrong. Hij komt uit Amerika.’
U weet alles over Europa. ‘Ik heb meer dan twintig jaar in Europa gewerkt (Brussel), dus ik weet er inderdaad heel veel van. Nederland kan niet zonder Europa. Er zijn een aantal problemen in de wereld, de landen in Azië worden steeds belangrijker, dat betekent dat Europa er een concurrent bij heeft gekregen die ook producten maakt. Daarom is het belangrijk om samen met andere landen deze problemen op te lossen en goed te kunnen concurreren. Milieuproblemen en ziektes houden ook niet op bij de grens, verder hoef je niet elke keer je paspoort te laten zien en kun je met de zelfde munten betalen in verschillende landen.’
In Nederland waren toch heel veel mensen tegen. Was u daar boos over? ‘De mensen vonden het Europese verdrag niet leuk. Dat is ook heel moeilijk om uit te leggen én we hebben eigenlijk te weinig tijd gehad om het goed uit te leggen.’ ‘De mensen zijn eigenlijk wel voor Europa, daarom heeft de regering bedacht om ouders en kinderen veel vaker te vragen wat zij vinden van Europa en goed uit te leggen hoe belangrijk Europa eigenlijk is.’
Op Politiek4Kids is er een speciale Europa-pagina. ‘Het is het belangrijk dat kinderen die pagina bezoeken en zo meer te weten te komen over Europa. Je groeit per slot van rekening op in Europa en ik vind dat kids moeten weten wat er in Europa gebeurt. Ik wil ze heel graag veel vertellen over Europa.’
Europa-les op school? ‘Ja, het niet alleen belangrijk om te leren waar ligt Parijs en Kopenhagen maar ook over de geschiedenis van Europa. Wat doen ze daar nou, en wat beslissen ze eigenlijk in Europa?
Engeland, Frankrijk en Duitsland zijn grote landen in Europa. Spelen zij vaak de baas? ‘Ze willen graag de baas spelen, maar er zijn zes grote landen én negentien kleintjes. Wij zeggen dan kom maar op als je durft. Als we gaan stemmen hebben de kleine landen toch lekker meer stemmen. Uiteindelijk moeten de grote landen toch samenwerken met de kleintjes. Andere landen vinden Nederland ook belangrijk omdat wij in 1947 Europa, met een paar anderen landen, hebben opgericht én Nederland heeft vaak goed plannen en ideeën.’
Er zijn nu 25 landen lid van Europa, maar u denkt dat in de toekomst 35 landen lid zullen zijn. ‘Roemenië en Bulgarije worden binnenkort lid, maar die moeten eerst voldoendes halen voordat ze lid mogen worden.’
Veel politieke partijen in de Tweede Kamer willen eerst heel streng zijn tegen Roemenië en Bulgarije, u zegt misschien willen ze dan helemaal geen lid meer worden. ‘Het is wel belangrijk dat deze landen een eerlijke kans krijgen om ook lid te kunnen worden, maar het is natuurlijk niet zo gemakkelijk dat je eerst streng wordt opgevoed en hierna alles mag. Als je dan op eens alles mag…weet je wel wat er gebeurt. Ik vind dat je net zo streng moet zijn als we geweest zijn tegen de vorige tien lidstaten. Denk maar eens aan de voetbalclub, misschien kun je wel goed voetballen maar niet goed hardlopen. Je moet dan eerst goed trainen. We helpen de nieuwe landen die graag lid willen worden en willen meespelen in het voetbalteam Europa.’
Is het goed dat Turkije ook lid wordt van Europa? ‘Ja, dat zou ik heel goed vinden, als aan de voorwaarden wordt voldaan. Ik ken Turkije heel goed, ik ben er vroeger (tussen 1986-1988) ambassadeur geweest. Toen ik begon met werken heb ik voor de Europese Unie het land veel bezocht. Vroeger sprak ik zelfs Turks. Het is een prachtig land, maar ook een belangrijk land. Turkije ligt in het zuiden van Europa en dichtbij lastige landen zoals Iran, Irak en Syrië. Het is heel goed als je, als Europa, daar een vriendje hebt die veel weet van die lastige landen. Maar voordat Turkije lid mag worden moeten ze nog wel heel veel punten halen.’